Every little thing gonna be all right
- Inge

- 22 apr 2019
- 9 minuten om te lezen
"Don't worry about a thing, 'Cause every little thing gonna be all right. Singin': "Don't worry about a thing, 'Cause every little thing gonna be all right!"
Three little birds ~ Bob Marley & The Wailers It’s a wrap. Mijn laatste dag in Vietnam is aangebroken. En wat een reis weer. Ik kan niet bevatten hoe snel de tijd gegaan lijkt te zijn en tegelijkertijd wederom een oneindigheid aan nieuwe avonturen beleefd te hebben in een relatief kort tijdsbestek. Ook deze laatste twee weken waren een wervelstorm van nieuwe indrukken.
Als ik terugdenk aan de afgelopen maanden in Vietnam, dan is "huh?" een gedachte die regelmatig opkwam en mijn hersenen vaak niet in staat waren om bepaalde verbanden te leggen ("I had nothing to offer anybody except my own confusion" ~ Jack Kerouac). Door een gebrek aan overeenkomende communicatietechnieken was verwarring een frequente staat van zijn. Zojuist zag ik een stukje van het televisieprogramma 'Ersin in Wonderland' die in Vietnam aan het rond reizen was. Een scene van een taxiritje is zeer herkenbaar. De conversatie gaat als volgt:
Taxi chauffeur: Where want to go?
Ersin: I would like to go to Mango beach. Taxi chauffeur: Beach. Ok. 5 minutes. – Where are you from?
Ersin: Holland. You know?
Taxi chauffeur: Yes.
Ersin: Den Haag
Taxi chauffeur: the hgggg?
Ersin: Den Haag
Taxichauffeur: The GGG?
Ersin: Den Haag
Taxi chauffeur: (begint ongemakkelijk te lachen) The GGG?
Ersin: Den Haag
Taxi chauffeur: (onzeker) ggggg?
Ersin: Nice beach?
Taxi chauffeur: Yes.
Ersin: Swim swim?
Taxi chauffeur: Schrimp? No schrimp.
Ersin: No schrimp. Swim! Swimming...
Taxi chauffeur: What me? Schrimp?
Ersin: No, not you. I swim.
Taxi chauffeur: Ice cream? Yes. Also Hamburgers.
Dit soort gesprekken (en dan spreekt deze taxichauffeur nog redelijk Engels) worden meerdere keren per dag gevoerd en zijn vaak een bron van hilariteit. Google translate is een graag gebruikt middel om elkaar beter te begrijpen. Maar ook dit gaat uiteraard niet feilloos. Het elkander kunnen begrijpen was een van de grootste uitdagingen in Vietnam. Voornamelijk wanneer ik afhankelijk was van de ander (openbaar vervoer, verdwaald zijn, op zoek naar een specifiek iets op de markt, een ticket naar een volgende bestemming willen bemachtigen, etc.) kwam radeloosheid in combinatie met absurditeit regelmatig om de hoek kijken. Ik heb deze situaties (en bijbehorende emoties) leren omarmen. Want alles komt altijd goed.
Zo is het altijd fijn wanneer je 'soortgenoten' ontmoet (oftewel mensen die in hetzelfde schuitje zitten). In de nachtbus van Saigon naar Phan Thiet (vanwaar de Ferry vertrekt naar Phu Quoc Island), ontmoette ik mijn twee vrienden voor de komende dagen. We deelden dezelfde nachtbus, dezelfde Ferry en op het eiland aangekomen; dezelfde taxi (zonder al te veel verwarring). We besloten gegevens uit te wisselen met de intentie elkaar in de komende dagen op te zoeken. De eerste dag was ik gesloopt van wederom een lange reis en verbleef ik in mijn hotel en op het strand. Na een lange nacht doorgeslapen te hebben huurde ik de volgende dag een scooter en kwam vrijwel gelijk mijn twee nieuw verworven vrienden bij toeval tegen. Zij hadden ook het plan om het eiland wat beter te verkennen met de scooter. We besloten gedrieën verder de toeren. Een waterval ten midden van het eiland werd ons doel.
Een uur later arriveerden we. Door het droge seizoen was er echter weinig waterval, eerder een waterstroom. En nog steeds mooi. Aangezien wij de enigen waren, waanden we ons in een privé spa van natuurlijke bron, inclusief de populaire ‘cleaner fish’. Na compleet gereinigd te zijn door de aldaar aanwezige vissen keerden we terug naar onze scooters en besloten door te rijden naar het strand. Een wit strand, helderblauwe zee en palmbomen waren ons uitzicht voor de rest van de dag. De daaropvolgende dagen gingen we wederom samen op pad. We bezochten stranden, gingen op een snorkeltrip (eindelijk helder water om daadwerkelijk iets te kunnen zien), reden het eiland rond en verkenden het uitgaansleven op het eiland. Door laatstgenoemde kreeg ik de eerste nachten op Phu Quoc niet veel slaap. Mijn vrienden verlieten na 5 dagen het eiland waardoor ik eindelijk weer wat bij kon gaan slapen.
De resterende week die ik nog op het eiland had overnachtte ik in een van de beste hostels die ik tot nu toe tegen gekomen ben. Luxe, ruim opgezet, comfortabele bedden (voor Vietnam is dat uitzonderlijk), goed ontbijt, zwembad, behulpzame en engelsprekende werknemers en bovenal een geweldige sfeer! Zo ontmoette ik vrij snel ‘de harde kern’ van het hostel, wat wil zeggen; mensen die al maanden er verblijven en niet meer weg te slaan zijn. Ook eendagsvliegen werden met open armen ontvangen en zo had ik altijd de mogelijkheid tot gezelschap van nieuwe ‘vrienden’.
Die week ontdekte ik het uitgaansleven met mijn nieuwe vrienden en ging ik overdag voornamelijk alleen op pad (toch even wat alleentijd 😊). Ik nam de langste kabelbaan (over zee) ter wereld naar Pineapple island. Daar vertoefde ik enkele uren op het strand en in het kristalheldere water alvorens weer terug te keren met dezelfde kabelbaan. Ik bezocht de voormalige gevangenis (Coconut prison). De fransen gebruikten deze gevangenis voor politieke gevangenen waarna later de Amerikanen het overnamen (hier zijn de meest verschrikkelijke mensonterende dingen gebeurt die nu geportretteerd worden door middel van mannequins). En ik oefende een van mijn favoriete bezigheden uit: eindeloos rondtoeren op de scooter en geheime plekjes van het eiland ontdekken (soms kom je op de meest magische plekken en andere keren beland je in iemands achtertuin). De loze uurtjes werden verder opgevuld met hangen in het hostel (bij voorkeur bij het zwembad) en in de namiddag werd er naar een strand gereden om de wonderschone zonsondergang te aanschouwen.
De tijd om afscheid te moeten nemen van het eilandleven kwam dan ook veel te snel! Ik had besloten een paar dagen eerder naar Saigon af te reizen (vanwaar ik naar Nederland vlieg) aangezien twee vrienden die ik vorig jaar in Thailand had ontmoet, deze week ook in Saigon verbleven. Een taxi, een ferry en een 12 uur durende busreis verder werd ik gedropt op een bus plein net buiten de stad. Verdwaasd (want net wakker) en gedesoriënteerd probeerde ik er achter te komen waar ik was. Reizen met het openbaar vervoer in Vietnam zorgt iedere keer voor een gegarandeerde "huh?" -ervaring.
Maps vertelde me dat het nog 10 kilometer was naar het district waarin ik verbleef. Op zoek naar nog meer verdwaasde buitenlanders (taxi delen = geld besparen 😉), kwam ik een dwalende Rus tegen. Hij had geen idee waar hij was dus nam ik hem mee (hij moest toch naar hetzelfde district) in mijn taxi. Scheelt toch weer de helft! Bij aankomst in de meest luide en toeristische straat (‘walking street’) van District 1 (het meest toeristische district van Saigon), ploften we neer in de eerste de beste bar (dat is niet zo moeilijk want de hele straat is een en al bar), en bestelde een verkoelend biertje na deze reis van meer dan 12 uur. Tegelijkertijd kon ik gebruik maken van de Wifi aldaar om te bekijken waar mijn vers geboekte hotel zich precies bevond. Ondertussen had ik een bericht van mijn vrienden (die al meerdere dagen in Saigon waren) en die bleken nog geen 200 meter verderop te zitten. Dus: “Dag Rus!”, ik knoopte mijn backpack weer op en liep 200 meter om mij te herenigen met Kai en Okan (die ik vorig jaar in Thailand had ontmoet). We dronken wat samen alvorens ik mijn hotel opzocht, want ik was kapot. We maakten de afspraak om elkaar sowieso de volgende avond te gaan zien. Voor nu op naar mijn hotel. Ik had blijkbaar een Starwars hotel geboekt met mijn eigen space capsule. Haha, weer eens wat anders!
De volgende ochtend werd ik volkomen uitgerust wakker in mijn capsule. Door al het kunstmatige licht had ik geen idee hoe laat het was. Bij het openen van mijn ruimteschipdeur scheen de zon fel naar binnen. Het bleek al aardig laat in de ochtend te zijn. Aangezien ik de avond tevoren rechtstreeks mijn capsule (sorry ik vind het een leuk woord) in gekropen was, had ik het hotel verder niet echt bekeken. Het scheen vrij luxe te zijn met een zwembad en terras op het dak. Ik trok mijn bikini aan, rukte mijn handdoek uit mijn tas en vertrok in volle galop richting zwembad. De rest van de dag spendeerde ik in en om het zwembad.
De daaropvolgende avonden was ik met Kai en Okan op stap. Van een biertje drinken in een steegje, op plastic krukjes tussen de locals tot een Skybar feest op een van de hoogste gebouwen van Saigon en alles daar tussen in. In twee avonden weer veel gezelligheid! Toen zij Saigon weer verlieten besloot ik een ander gedeelte van Saigon te gaan ontdekken. Normaal gesproken beland je als toerist altijd in District 1, waar alles op toeristen is ingespeeld. Voor mijn laatste twee nachten heb ik een hotel elders geboekt. Gisteren en vannacht slaap ik, voor mijn gevoel, op het platteland van Saigon. Een mooi hotel in Frans Koloniale stijl ten midden van huisjes van locals. Totale contradictie in vergelijking met de afgelopen dagen: rust, ruimte en stilte. Eindelijk weer de ruimte om mijn spullen te organiseren. Ik weet amper meer wat ik bij me draag na de afgelopen weken voornamelijk in hostels te hebben geslapen.
Dat hier niets op toeristen is ingespeeld werd mij vrij snel duidelijk. De simpelheid van het vinden van een supermarkt blijkt een hele opgave. Tevens ben ik, zover ik kan zien, de enige (witte) toerist. Mensen draaien hun nek om en kinderen komen achter me aan rennen (met goede bedoelingen 😊). Er is weinig te beleven in de omgeving. Vanmorgen besloot ik naar de rivier te lopen die achter het hotel langsloopt. Ik zag een soort van pondje overvaren die continue mensen van de ene naar de andere kant vervoerde. Ik probeerde mensen te vragen hoe ik aan een kaartje kwam en of ik ook naar de overkant kon. Iedereen lachte en beantwoorden mijn vraag met een glimlach. Ze hadden vermoedelijk geen idee wat ik zei. Dus ik besloot gewoon maar het pondje op te lopen de eerstvolgende keer dat het weer aan ‘mijn’ kant kwam. De rest van de mensen reden allemaal op scooters, ik was de enige voetganger. Maar de kapitein vond het prima en zo stond ik enkele minuten later aan de overkant (waarvan ik geen idee had wat daar te doen zou zijn).
Enfin, ik belandde in een perfect onderhouden ‘dorp’, met mooie bomen, lelies, bloemen, grasvelden, beelden, etc. Naast mij liep er al met al zo’n 50 man personeel rond (voornamelijk tuinmannen). En dat was het. Voor de rest was ik de enige ‘niet personeel’. Ik snapte (en snap) er geen hout van. Wat is dit? Is dit iets voor toeristen? Maar het kost geen entree? Waarom ben ik hier alleen? Waar is iedereen? Halllooooo?!?!
Ik liep er zo’n twee uur rond. Het eerste uur me van alles af te vragen en het tweede uur kon ik me er aan overgeven. Accepteren dat ik het nooit zal weten en genieten van dit moment. Voor mij is dat sowieso een goede mindset geweest voor het reizen in Vietnam (ik denk eerlijk gezegd dat dit voor reizen in het algemeen geldt, en nu ik dit typ denk ik dat het voor het gehele leven van toepassing is): overgave, acceptatie en het vertrouwen dat alles altijd goed komt.
Bij terugkomst bij ‘de pier’ kon ik gelukkig met hetzelfde pondje (en dezelfde strategie) weer naar ‘mijn’ kant overvaren. Daar aangekomen sprak een jongen op een scooter mij aan. Hij sprak Engels! En vertelde dat hij in Toulouse had gewoond en altijd erg goed geholpen was door de mensen aldaar. Hij vond het bijzonder dat ik in dit gedeelte van de stad was en wilde me helpen omdat hij in het buitenland ook altijd geholpen was (zag ik er zo verloren uit?😉). Ik bedankte voor z’n hulp (want ik had geen hulp nodig…) maar vond het leuk om een praatje met hem te maken. Toen besefte ik dat ik nog steeds op zoek was naar een supermarkt, dus als hij mij wilde helpen hij mij naar een supermarkt kon brengen. Hij bedacht zich geen moment en toerde me rond in het dorp, bracht me naar de plaatselijke supermarkt en bakker, zorgde voor een goede prijs en zette me vervolgens netjes af bij mijn hotel. Hij deed me weer beseffen dat het de kleine dingen zijn die we voor elkaar kunnen doen. Daarin zit geluk. En liefde. Liefde voor je medemens. ("One love, one heart. Let's get together and feel alright." The Wailing Wailers - One Love).
Morgen vlieg ik weer naar Nederland. Met een rugzak vol nieuwe ervaringen, avonturen en vriendschappen voor het leven. Wederom een reis om nooit te vergeten. Ik voel me verrijkt. Dankbaar voor al wat ik heb mogen ervaren. What’s next? Geen idee. Een ding dat ik wel weet is dat every little thing is gonna be all right…

That's all we need to know...

Dinner in Vietnam (seriously you see this everywhere, and these aren't even the smallest 'chair')

Lancering Heineken Silver (while waiting for the bus)

Phu Quoc Beach

Sea ya later!

Chasing waterfalls
Okay, it was just a creek (due to dry season) so let's have a bath!


Puppylooovveee

Melvin! Cat at Secret bar

Photobooth fun

Different night, same photobooth

Clothes swap!

Driving towards sunset...

sigh...

Swinginge

Starfish beach


Reunion with Ine! (i'd met her in Danang)

Whoever guesses it, gets a free shot! :) (next time i'll see you)

The youngest business lady I've bought a bike off... #childlabor?

Another day at the beach

Dried fishes

I'm in a cable cart!

Cable carting




Sunset panorama



Which cocktail shall I take?

Coconut prison


One last sunset on Phu Quoc...
Starwars hotel in Saigon

Watching star wars in my space capsule :)

Reunion time with Okan and Kai



Skybar


Party with a view
Champagne shower!
"The village"



Huh?

One last sunset...



























































































Opmerkingen